Een barokschilderij met vele levens

De heilige Albericus ontvangt het ordekleed van Gaspar de Crayer wordt gerestaureerd in de Abdij van Bornem
Een monumentaal schilderij van Gaspar de Crayer krijgt een grondige behandeling in de Abdij van Bornem. Het doek werd in de zeventiende eeuw gemaakt voor de cisterciënzerinnenabdij van Nazareth bij Lier en kwam na heel wat omzwervingen in Bornem terecht. Vandaag dient onze huisrestauratrice Katrien Augustinus het schilderij de beste zorgen toe. Ze behandelt niet alleen de zichtbare verflaag, maar ook het linnen, het houten spieraam, oude herstellingen en sporen van insecten en schimmel. Tegelijk loopt het onderzoek naar de herkomst en geschiedenis van het werk verder.

Deel 1. Onder de oppervlakte

Huisrestauratrice Katrien dient het doek de beste zorgen toe

Een restauratie begint lang voordat er iets aan de zichtbare verflaag verandert. Eerst wordt de toestand van het volledige schilderij onderzocht en gedocumenteerd.

Die zorg is in handen van Katrien Augustinus, huisrestauratrice van de Abdij van Bornem. Zij bekijkt het werk laag voor laag: het houten spieraam, het opgespannen linnen, de grondering, de verf en de oude vullingen en retouches.

Sommige beschadigingen zijn met het blote oog zichtbaar. Andere komen pas aan het licht bij onderzoek van de achterzijde of met scheerlicht en ultraviolet licht. Op basis daarvan bepaalt Katrien welke behandelingen nodig zijn, welke oude herstellingen behouden kunnen blijven en waar terughoudendheid geboden is.

Het uitgangspunt is steeds hetzelfde: zoveel mogelijk oorspronkelijk materiaal bewaren en alleen ingrijpen waar dat nodig is voor de stabiliteit en leesbaarheid van het schilderij.

Een aangetast spieraam

Het doek is opgespannen op een houten spieraam. Dat vormt de dragende constructie van het schilderij en houdt het linnen vlak en onder spanning.Het hout is echter aangetast door houtborende insecten. Talrijke uitvlieggaatjes en ophopingen van boormeel wijzen op vroegere insectenactiviteit. Boormeel is het fijne houtpoeder dat ontstaat wanneer larven gangen in het hout vreten.

Het spieraam wordt zorgvuldig gereinigd. De uitvlieggaatjes en aangetaste zones worden geïnjecteerd en behandeld. Tegelijk controleert Katrien of het hout nog voldoende stevig is om het doek veilig te dragen. Waar nodig worden verzwakte delen geconsolideerd.

Het historische spieraam wordt zoveel mogelijk behouden, zolang het opnieuw stabiel en functioneel kan worden gemaakt.

Vuil en schimmel aan de achterzijde

Aan de achterzijde van het schilderij hebben zich stof, spinnenwebben, insectensporen en boormeel opgehoopt. Op verschillende plaatsen zijn ook sporen van schimmelvorming vastgesteld.

Die vervuiling is niet alleen ontsierend. Stof kan vocht vasthouden en draagt zo bij aan een omgeving waarin micro-organismen zich kunnen ontwikkelen. De achterzijde wordt daarom gecontroleerd gereinigd, zonder de verzwakte vezels van het doek verder te beschadigen.

Ook de toekomstige bewaaromstandigheden zijn belangrijk. Een stabiel binnenklimaat, voldoende luchtcirculatie en regelmatige controle moeten nieuwe schimmel- en insectenaantasting helpen voorkomen.

Oude herstellingen onder de loep

Op verschillende plaatsen werden in het verleden textiele lappen aangebracht om scheuren en gaatjes te verstevigen. Ze getuigen van eerdere pogingen om het schilderij te bewaren, maar kunnen ook nieuwe problemen veroorzaken.

Een oude verstevigingslap kan stijver zijn dan het oorspronkelijke linnen. Wanneer de lijm veroudert of krimpt, ontstaan spanningsverschillen. De randen van de lap kunnen zich dan aan de voorzijde aftekenen of nieuwe vervormingen veroorzaken.

Katrien beoordeelt daarom elke versteviging afzonderlijk. Goed functionerende herstellingen kunnen behouden blijven. Lappen die spanning of schade veroorzaken, worden aangepast of vervangen door een fijnere en stabielere ondersteuning.

Gaatjes, scheuren en ontbrekend linnen

Het doek is op verschillende plaatsen beschadigd. Er zijn kleine gaatjes en scheuren en in de linkeronderhoek ontbreekt een deel van de spankant. Dat is het gedeelte van het linnen dat rond het spieraam wordt gevouwen en waaraan het doek wordt vastgemaakt.

Ook de ijzeren spijkers hebben schade veroorzaakt. Door oxidatie is het linnen rond de bevestigingspunten verkleurd en aangetast. De vezels zijn er broos geworden en kunnen gemakkelijk breken.

Deze kwetsbare zones worden plaatselijk verstevigd. Ook de beschadigde spankant krijgt een aangepaste ondersteuning, zodat het doek later opnieuw veilig en gelijkmatig kan worden opgespannen.

Een doek dat zijn spanning verloor

Het schilderij hangt niet langer strak op het spieraam. Daardoor zijn vervormingen ontstaan. Een opvallend probleem is een opstuwende scheur, waarbij de scheurranden tegen elkaar drukken en plaatselijk omhoogkomen.

Zulke vervormingen worden goed zichtbaar met scheerlicht. Daarbij valt het licht bijna evenwijdig over het oppervlak. Bobbels, deuken, scheuren en te dikke oude vullingen werpen dan scherpe schaduwen.

Het doek wordt niet zomaar strakker aangespannen. Eerst moeten de scheuren, verzwakte randen en andere structurele problemen worden behandeld. Daarna kan de spanning voorzichtig en geleidelijk worden hersteld. Te veel spanning zou nieuwe scheuren kunnen veroorzaken of de hechting van de verflaag in gevaar brengen.

Beschadigingen in de verflaag

De olieverf werd opvallend glad aangebracht, met weinig zichtbare penseelstreken en nauwelijks dikke verfpartijen. Daardoor vallen beschadigingen en onregelmatige herstellingen extra op. De verflaag vertoont gaatjes, scheuren en lacunes. Bij een lacune is oorspronkelijk materiaal verloren gegaan. Soms ontbreekt alleen de verf, op andere plaatsen ook de onderliggende grondering.

Loszittende en opstaande verf wordt eerst geconsolideerd. Daarbij brengt de restauratrice een geschikt hechtmiddel aan, zodat de verf opnieuw veilig aansluit op haar ondergrond. Pas daarna kunnen de lacunes verder worden behandeld.

Oude vullingen en retouches

Bij vroegere restauraties werden beschadigingen opgevuld en bijgewerkt. Sommige vullingen zijn echter slordig of te dik aangebracht. Ze steken boven het oorspronkelijke oppervlak uit en zijn vooral in scheerlicht duidelijk zichtbaar. Ook de oude retouches worden onderzocht. Onder ultraviolet licht reageren oorspronkelijke verf, vernis en latere toevoegingen verschillend. Zo ontstaat als het ware een kaart van vroegere restauratie-ingrepen. Katrien onderzoekt welke vullingen en retouches behouden kunnen blijven. Instabiele, verkleurde of te ruim aangebrachte aanvullingen kunnen worden aangepast of verwijderd, voor zover dat veilig kan gebeuren. Nieuwe vullingen worden zorgvuldig afgestemd op het niveau en de structuur van de oorspronkelijke verflaag. De retouches blijven beperkt tot plaatsen waar werkelijk materiaal ontbreekt.

Restaureren is niet bijschilderen

Retoucheren betekent niet dat de restauratrice het schilderij vrij aanvult of opnieuw schildert. Alleen ontbrekende zones worden visueel geïntegreerd, en enkel wanneer daarvoor voldoende informatie beschikbaar is.Originele verf wordt niet overschilderd. Bovendien gebruikt Katrien materialen die later opnieuw verwijderd kunnen worden zonder de historische verflaag te beschadigen.Van op normale kijkafstand brengt een retouche opnieuw rust in de voorstelling. Van dichtbij of bij technisch onderzoek blijft ze herkenbaar als een moderne ingreep.

Geen verjongingskuur

De restauratie moet het schilderij er niet opnieuw laten uitzien alsof het gisteren uit het atelier van De Crayer kwam. Een eeuwenoud kunstwerk mag zijn ouderdom tonen. Craquelures, natuurlijke verkleuringen en bepaalde historische herstellingen maken deel uit van zijn geschiedenis.Het doel is actieve schade te stoppen, zoveel mogelijk oorspronkelijk materiaal te bewaren en de voorstelling opnieuw leesbaar te maken. Alle ingrepen worden zorgvuldig gedocumenteerd en zoveel mogelijk uitgevoerd met stabiele en omkeerbare materialen.Het resultaat wordt geen “nieuw” schilderij, maar een stabieler en beter leesbaar kunstwerk. Terwijl Katrien Augustinus de materiële sporen behandelt, loopt ook het onderzoek naar de herkomst en geschiedenis van het doek verder. Zo krijgen zowel het schilderij als zijn verhaal stap voor stap opnieuw vorm.

Deel 2. Van Nazareth naar Bornem

Een schilderij uit een verdwenen abdijkerk

De heilige Albericus ontvangt het ordekleed werd gemaakt voor de cisterciënzerinnenabdij van Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth bij Lier. Voor de vernieuwde barokkerk, ingewijd in 1652, vervaardigden Gaspar de Crayer en zijn atelier een monumentale reeks van twaalf schilderijen met cisterciënzerheiligen en -zaligen. 

Het Bornemse doek maakte deel uit van die reeks. Albericus behoorde tot de grondleggers van de cisterciënzerorde en werd de tweede abt van Cîteaux. Op het schilderij ontvangt hij het ordekleed, symbool van de sobere levenswijze en de religieuze identiteit van de jonge kloostergemeenschap. De voorstelling is geen portret in de moderne betekenis. De Crayer beeldde Albericus af als heilige en voorbeeldfiguur. Samen vormden de twaalf schilderijen een visuele geschiedenis van de cisterciënzerorde.

Gaspar de Crayer, schilder voor hof en kerk

Gaspar de Crayer (1584-1669) groeide in Brussel uit tot een van de belangrijkste schilders van de Zuidelijke Nederlanden. Als hofschilder en leider van een groot atelier maakte hij vooral monumentale religieuze werken voor kerken, kloosters en abdijen. Zijn werk werd beïnvloed door Peter Paul Rubens en later door Anthony van Dyck. Toch ontwikkelde De Crayer een herkenbare stijl, met heldere composities, verfijnde figuren en een sterke aandacht voor licht en gebaren. De reeks voor Nazareth ontstond op het hoogtepunt van zijn loopbaan.

Een geschenk van Judocus Gillis

De twaalf schilderijen voor de Abdij van Nazareth werden door verschillende weldoeners bekostigd. De heilige Albericus ontvangt het ordekleed werd geschonken door Judocus Gillis, abt van de Sint-Bernardsabdij aan de Schelde. Het werk verbindt daardoor vanaf zijn ontstaan twee cisterciënzerhuizen: de vrouwenabdij van Nazareth en de Sint-Bernardsabdij aan de Schelde, waarvan de gemeenschap later in Bornem werd voortgezet.

Een verspreide reeks

Na de opheffing van de Abdij van Nazareth in 1797 werden de gebouwen en de inboedel verkocht. Ook de schilderijen uit de abdijkerk raakten verspreid. Van verschillende werken uit de reeks is vandaag niet bekend waar ze zich bevinden.

Volgens de oorlogsinventaris van 1914 van de abdij van Bornem werd het schilderij van Albericus in 1897 door Camiel Steenackers aan de Abdij van Bornem geschonken. Het doek is daarmee een zeldzaam bewaard fragment van de verdwenen barokke inrichting van de abdijkerk van Nazareth. iinspecteerde professor Hans Vlieghe, specialist in het oeuvre van De Crayer, het werk in Bornem. Hij bevestigde mondeling het vermoeden dat het schilderij aan Gaspar de Crayer kon worden toegeschreven.

Het onderzoek is daarmee niet afgerond. We proberen de herkomst van het schilderij, zijn omzwervingen vóór 1897 en zijn plaats binnen de oorspronkelijke reeks nog beter in kaart te brengen. Nieuwe archiefvondsten en inzichten uit de restauratie kunnen helpen om dat verhaal verder vorm te geven.

Nieuwsbrief

Wil je de laatste nieuwtjes graag ontvangen via mail? Abonneer je op onze nieuwsbrief.

Inschrijven
Naar top